

EEN BETER FUNCTIONERENDE POLITIE
Veel oudere en gepensioneerde politiemensen kijken met weemoed terug naar de manier waarop de politie eind jaren '90 functioneerde. Natuurlijk was toen niet alles beter maar sommige dingen wel. Eén van de zaken die in die jaren veel beter geregeld waren was de manier waarop er in die tijd leiding werd gegeven aan een politiekorps. Vooral bij de Gemeentepolitie waren de politiekorpsen veel zelfstandiger dan nu maar toen ik de overstap maakte van de Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken naar de Nederlandse politie constateerde ik bij de politiechefs een ernstig minderwaardigheidscomplex. Bij de politiechefs heerste het merkwaardige idee dat het bij het bedrijfsleven allemaal veel beter functioneerde dan bij de Nederlandse politie. Omdat ik 8 jaar als organisatiepsycholoog had gewerkt bij zo'n commercieel productiebedrijf kwam ik al snel tot de conclusie dat het idee dat het bij het bedrijfsleven allemaal veel beter functioneerde nergens op stoelde en dat het een volstrekt onzinnig idee was. Ik heb daar toen het onderstaande artikel over geschreven.

Anno 2025
heet dit fenomeen 'De multi-centrale aspectspecificatie'
Het werk van een politiechef wordt uitgesplitst in allerlei deeltaken die door ondersteunende afdelingen worden overgenomen
en
al die ondersteunende afdelingen hebben elk weer een lijnorganisatie van centraal landelijk -> regioniveau -> districtsniveau ->
teamchef




OVER HET VOLKOMEN ONTERECHTE MINDERWAARDIGHEIDSCOMPLEX VAN DE NEDERLANDSE POLITIEOFFICIER
Wij schrijven het jaar 1990 als allerlei Nederlandse organisatieadviesbureaus de Nederlandse Politie beginnen te bestormen met als doel het veroveren van werkopdrachten voor het verbeteren van de politieorganisatie. Want wat is er aan de hand? De Politie gaat regionaliseren èn fuseren. Twee gigantische veranderingen tegelijk; dat betekent problemen en dus big money voor deze duurbetaalde moderne waarzeggers, handlezers en sterrenwichelaars.
Deze externe adviseurs maken daarbij dankbaar gebruik van het waanidee dat zich heeft genesteld in de breinen van veel politiechefs dat bij het bedrijfsleven alles veel beter gaat en dat daar veel effectiever en efficiënter wordt gewerkt en dat de politie wat dat betreft een grote achterstand heeft op het bedrijfsleven. Maar niets is minder waar.
Hoezo, geen achterstand vraagt u mij nu af nietwaar? Welnu, kijk nu eens concreet naar een bedrijfschef van een Nederlandse gloeilampen-, staal-, dan wel bierfabriek. Wat ziet U dan?
Bijvoorbeeld dit. De Heer Voskamp is bedrijfschef van Warmbandwalserij I van Hoogovens. Boven hem bevindt zich een sectorchef staal die hem vertelt wat hij beleidsmatig op middellange en llange termijn moet denken want daar wordt een sectorchef voor betaald. Daarboven staat dan nog de directie. De kwaliteit van de staalplaat van de walserij van de heer Voskamp wordt zorgvuldig bewaakt door de KA, de kwaliteitsafdeling. Het onderhoud van zijn fabriek geschiedt door de TD, de technische dienst, die zowel op werktuigkundig, op elektrotechnisch, als op instrumentatietechnisch gebied alle taken van hem overneemt.
Automatisering dan? Ook niet zijn pakkie-an. Daarvoor is de geregionalinaliseerde Afdeling Informatiesystemen in het leven geroepen die dat soort zaken voor hem regelt. Als het slechts om een klein PC-tje gaat, moet hij dat regelen met de BCD, de bedrijfscomputerdienst. En als hij nu eens een nieuw kantoortje wil bouwen dan? Nee hoor, daarvoor heeft Hoogovens de afdeling Nieuwbouw. Productieplanning? De afdeling PP regelt dat voor hem. Productieplanning inventariseert alle orders en verdeelt ze over de verschillende fabrieken, waaronder die van de heer Voskamp, bedrijfschef van Warmbandwalserij I. Inkoop van kantoor- en ander materiaal is ook niet zijn verantwoordelijkheid. De afdeling Inkoop koopt voor hem in. Verkoop dan? U raadt het al: de afdeling Verkoop verkoopt zijn producten. En personeelszaken dan? Idem, dito, hetzelfde en nog erger uitgesplitst. Binnen de hoofdafdeling Personeel & Organisatie bevindt zich een hele serie ondersteunende afdelingen die de heer Voskamp werk uit handen nemen. Voor de aardigheid noem ik er toch maar even een paar: werving, selectie, organisatieadvieswerk, bedrijfsopleiding, managementopleiding en -training, bedrijfsmaatschappelijk werk, personeelsadministratie,public relations, de veiligheidsafdeling, bewakingsdienst, verzekeringsgeneeskundige afdeling en de afdeling bedrijfsgeneeskunde.
O ja, het drukwerk en de fotokopieën van Warmband I worden verzorgd door de reprografische dienst, de kantine is uitbesteed aan Eurorest, het schoonmaakwerk aan De Zon BV. Research dan? Nee ook niet voor de heer Voskamp. De afdeling RL beschikt over prima researchlaboranten dus daar hoeft hij zich ook niet druk over te maken. Het samenstellen en uitreiken van het jaarlijkse kerstpakket misschien? Ook niet. Het samenstellen van het pakket doet de directie zelf. Maar mag hij het kerstpakket dan uitreiken misschien? Nee, ook niet. Het wordt hem en zijn medewerkers op vertoon van een bonnetje toegeworpen door een chauffeur van een externe firma vanuit een grote container bij de poort Rooswijk.
Wat doet de heer Voskamp dan wel, begint u zich wellicht af te vragen. Waar ligt zijn meerwaarde? Waar moet hij nog echt verstand van hebben? Nou dat is vrij eenvoudig: hij doet in feite weinig anders dan coördineren, want u kunt zich misschien voorstellen dat het niet eenvoudig is om al deze stafboys en -girls op de juiste tijd en op de juiste plaats bij elkaar te krijgen en het daartoe te leiden dat ze het met hem en vooral met elkaar eens worden over de vraag wat er bij Warmband I moet gebeuren .....
En neem nu eens een bedrijfschef van een klein tot middelgroot Nederlands politiekorps. Hij heet dan korpschef en is ook manager. Deze manager heeft echt iets te managen. Hij kan binnen zekere marges vrij snel, autonoom en in ieder geval definitief beslissen over alle aspecten van het interne beleid en als het gaat om het externe beleid heeft hij ook een stevige vinger in de pap via het driehoeksoverleg. Hij heeft slechts te maken met één echte specialistische ondersteunende afdeling, de Beheersdienst maar gelukkig is dat dan een afdeling waar hij zelf de baas over is in plaats van andersom.
Daarbij komt dan nog dat een korpschef uit hoofde van zijn functie direct in contact komt met allerlei vertegenwoordigers van vrijwel alle lagen uit zijn gemeente. Om dat een beetje goed te kunnen, moet hij zich kunnen verplaatsen, zich kunnen inleven in de leef- en denkwereld van een groot aantal mensen. Hij praat en onderhandelt bij tijd en wijle met politici, met de financiële èn de intellectuele elite uit zijn gemeente, met middenstanders, boeren en buitenlui, arbeiders, criminelen, geestelijken, allochtonen, werkloze jongeren, buurthuiswerkers, bijstandsvrouwen, vak-
bondsfunctionarissen, krakers, neuroten, egoïsten, altruïsten, bejaarden, jongeren, kunstenaars, artiesten, bankiers, industriëlen, leraren, domoren, slimmerds, gladakkers, oenen, idealisten, realisten, Jannen-met-de-Pet, invloedrijke machtskukels, naïvelingen, organisatie-adviseurs, automatiseringsfreaks, mierenneukers, fantasten, carrièremakers, yuppies, aandeelhouders, bezitlozen, rijkaards, armen, etc. etc. Kortom: hij komt uit hoofde van zijn functie in contact met praktisch elk soort mensen.
En nu weer onze bedrijfschef bij Warmbandwalserij 1. Hij praat slechts met bovenbazen (vaak ook weer techneuten), met medewerkers van ondersteunende afdelingen die denken dat zij beslissen wat er moet gebeuren en met zijn eigen ondergeschikten en dat alles binnen een zeer beperkt, zakelijk, kader. Uiteindelijk draait het steeds weer om de gang van zaken met betrekking tot het aandeel van zijn fabriek in het hele productieproces van ijzererts naar gewalst staal en het functioneren van zijn eigen medewerkers. En dan nog is de invloed van al die lijnbazen boven en al die ondersteunende bazen zo groot, dat je bij hem nauwelijks van "eindverantwoordelijk" voor zijn afdeling, c.q. fabriek kunt spreken. Hijzelf ziet het in ieder geval niet zo en verzucht na de zoveelste vergadering met een club rivaliserende stafspecialisten: "Was ik maar gewoon directeur van een klein bedrijfje van 300 man, want dan kon ik, zou ik, mocht ik gewoon zelf beslissen over ..."
Over de Nieuwe Waterweg en het Zuidlaardermeer
En er is nog iets. Alle, die zo vereerde en bewonderde, veredelde koekjesfabrieken à la Hoogovens hebben één ding gemeen: het zijn alle machinebureaucratieën. In feite zijn het gigantische machines, waarbij de mens slechts als verlengstuk van de techniek functioneert. Als organisatie lijken ze veel op grote, logge olietankers die 7 km van te voren al moeten afremmen als ze een kleine bocht willen maken. Alles is geregeld en zoveel mogelijk gestandaardiseerd, vrijwel alles wordt van bovenaf en het liefst centraal gepland en gestuurd.
Sommige politiechefs zouden dat ook wel willen, maar helaas of gelukkig, wat je daar ook van vindt, dat kan bij de politie gewoon niet. Onze organisatie is een cluster van relatief autonome, kleine, professionele, dienstverlenende groepen mensen en geen gigantische, logge machine. Een politieorganisatie is meestal een kleine organisatie, maar beslist geen rondvaartboot die bij mooi weer op het Zuidlaardermeer vaart, want het werkaanbod hebben we niet, of slechts gedeeltelijk in de hand. Wat er precies gebeurt op uitvoerend niveau wordt verder voor 75% bepaald door de agent op straat en door niemand anders. De concretisering van alle prachtige beleidsvoornemens, projecten en afspraken in het driehoeksoverleg, de stafvergadering en weet ik veel wat voor beleidsvergaderingen nog meer, is uiteindelijk slechts afhankelijk van één factor: de instemming dan wel afkeuring van Oom en Tante Agent. Als hij, of zij het "niet ziet zitten", gebeurt het gewoon niet, maar een beetje of gewoon slecht.
Een gemiddeld politiekorps is geen rondvaartboot maar lijkt veelmeer op een reddingsboot die bij nacht en ontij, storm en regen, onverwachts moet uitvaren om ofwel drenkelingen aan land te brengen, dan wel smokkelaars te grijpen, haaien te vangen of te verhinderen dat idiote speedbootfreaks kinderen in rubberbootjes overvaren.
Bij Philips, Hoogovens, Heineken, de Gasunie en al die andere machineorganisaties ligt dat allemaal toch wat anders. Daar ziet een baas (=brigadiersnivo), of een opzichter (=adjudant) vrijwel onmiddellijk dat een walser niet walst zoals er gewalst zou moeten worden en daar kun je ook maanden van te voren plannen wat er gefabriceerd moet worden. Het gedrag en de "output" van een menselijke "kostenplaats" is in dat soort machinale organisaties per definitie veel beter te controleren en dus te beheersen dan de "output" van een agent op straat.
In dat soort machinebureaucratieën kun je ook beter werken met kengetallen e.d. Het maakt daar niet uit of Piet, Ahmed, Juan, of Evelien de klus doet. De output van één mensuur walsen is daar ongeveer zoveel ton gewalst staal, maar één mensuur surveillance van een gemotiveerde agent m.b.v.v. (met bijzonder veel vooruitzichten) levert - schat ik zomaar - drie keer zoveel output op als van een luie agent z.v. (zonder vooruitzichten) en omdat de kwaliteit van een agent m.b.v.v. veel hoger - zeg het dubbele - is dan die van een agent z.v. kom je totaal op een output van de m.b.v.v.-er die zes maal zo hoog ligt als die van de z.v.-er! Als je dan alleen maar in mensuren inzet rekent, zit je gewoon bosbessen en sinaasappelen bij elkaar op te tellen en dat mag van mij best als je je maar goed realiseert dat dit in feite alleen maar nonsens-informatie oplevert. Als je op basis van dat soort non-informatie gaat zitten sturen, krijg je exact het tegenovergestelde van no-nonsense management, namelijk MBI: Management By Illusions!
De grote koekjesfabrieken lijken verschrikkelijk beheersbaar, maar dat is maar schijn. Allereerst gaat er veel fout. Door het overschrijden van de "menselijke maat" en de dan noodzakelijke sterke splitsing van functies ontstaat een vrijwel onoplosbaar coördinatieprobleem. Dat wat betreft de efficiency. Als het om effectiviteit gaat, is het maar net hoe je dat definieert. Hoogovens maakt weer winst ja, dat wel, die doelstelling wordt gehaald, maar wat is de netto maatschappelijke winst van dat soort bedrijven? Kijk bijvoorbeeld eens naar de uitstoot van giftige stoffen in het milieu. En kijk ook eens naar de "uitstoot" van de vele afgeschreven WAO-ers in ons (maatschappelijke) milieu en als je dan een rekensommetje maakt ....
Conclusie
En dus geachte politiechefs, weg met dat minderwaardigheidscomplex. Die o zo bewonderde chefs uit het Bedrijfsleven stellen lang niet zoveel voor als u misschien denkt. Ook mooi-weer-zeilers kunnen daar managen, maar bij u ligt dat wat anders: u bent kapitein van een maatschappelijke reddingsboot. U wordt voortdurend geconfronteerd met onverwachts opstekende stormen, Haagse tegenwinden, hoge golven en levensgevaarlijke klippen. U valt binnen de kortste keren door de mand als u alleen maar een mooi-weer-zeiler bent. U moet echt kunnen zeilen en de meesten van u kunnen dat ook; ze moeten wel!
En als het om adviseurs gaat? Natuurlijk zijn er goede loodsen, maar aan iemand die tot nu toe alleen maar gigantische olietankers door de Nieuwe Waterweg heeft geloodst heeft u niet zoveel en van een rondvaartbootadviseur heeft u alleen maar last. Beide types adviseurs hebben één ding gemeen: ze weten beiden niet wat het is om in open zee met een klein schip te moeten zeilen in een zware zuidwesterstorm. Als u niettemin een flink gedeelte van uw toch al vaak krappe budget uit wenst te geven aan branchevreemde, externe adviseurs die zeggen dat ze uw organisatie kunnen verbeteren is dat natuurlijk uw zaak, maar ik hoop alleen dat u wel goed uitkijkt met wie u in zee gaat .....
Drs. A.B. Belt
Politiestudiecentrum
Warnsveld, 04-10-1990